Voed het land dat ons voedt.
 
door Anna Bond, 1997
vertaling & vormgeving: Marieke Van Coppenolle
 
Zolang we ons voeden met voedsel van een ongezonde bodem,
zal de geest het uithoudingsvermogen missen
om zich van de gevangenis van het lichaam te bevrijden.
--Rudolf Steiner
 
 
 
Ik vertrouw mezelf toe aan de aarde,
De aarde vertrouwt zich toe aan mij.
--Thich Nhat Hanh
 
 
 
Hij piekerde over de paradox van het broeikaseffect en het duidelijke, wetenschappelijke bewijs dat de aarde minstens dertig 100.000-jarige cycli van ijstijden had gekend. Grote ijstijden kwamen met een grote regelmaat voor; elke cyclus omvatte een ijstijd van 90.000 jaar, gevolgd door zo'n 10.000 (tussen de 8000 en 12.000) warme jaren tussen twee ijstijden. En klimatologen bevestigen dat we nu 10.800 jaar ver in de huidige warmere periode zitten.
 
Maar als we op een ijstijd afstevenen, waarom ervaren we dan een opvallende opwarming van sommige delen van de wereld? Tegen de jaren zeventig waren de wetenschappers in twee kampen verdeeld: aan de ene kant zij die de theorie van de opwarming aanhingen en de mensheid nog een honderdtal jaren gaven om zich voor te bereiden op de opwarming van de aarde, met een dreigende stijging van het oceaanwaterpeil, en aan de andere kant zij die de ijstijdtheorie aankleefden en meer gericht waren op de drie miljoen jaar oude cyclus van telkens weerkerende ijstijden en groeiende poolkappen. Omdat de Amerikaanse regering de wereldwijde ontbossing en het gebruik van fossiele brandstoffen niet wilde terugdringen, ging ze resoluut voor de opwarmingstheorie, zodat tegen het einde van de jaren zeventig de wetenschappers van wie het onderzoek meer in de richting van een globale afkoeling ging, geen subsidies meer ontvingen.
 
John putte uit vooruitstrevend onderzoek in vele disciplines: plantkunde, voedingsleer, microbiologie van de bodem, geologie van de ijstijden, bosbouwkunde, paleoklimatologie enzovoort. Hij richtte zijn hoogbegaafde en gedisciplineerde geest op inzicht in de natuurprincipes die op aarde werken en meer bepaald op het doorgronden van het mechanisme achter de ijstijden. "Als koolstofdioxide voor bomen is zoals zuurstof voor ons, waarom verkeren onze bomen dan niet in een uitstekende gezondheid?" vroeg hij zich af. Onderzoek toonde aan dat loofbomen tegen het einde van de tussenperiodes van de twee vorige ijstijden even ziek waren geworden als onze olmen (ook iepen genoemd), kastanjes en esdoorns (ook ahorns genoemd) vandaag zijn.
 
 
Iedereen praat over het weer,
maar niemand doet er ooit wat aan.
--Volks gezegde
 
Wat kan er zo'n stijging in het atmosferische CO2-gehalte veroorzaakt hebben, 100.000 jaar geleden? In die tijd gebruikten we geen fossiele brandstoffen...
 
John redeneerde dat als de gezondheid van de bomen op de een of andere manier in gevaar gebracht werd, ze dan minder goed in staat waren om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen. Hij trok na welke bomen het eerst getroffen werden door meeldauw, bladluizen of andere plantenziekten tegen het einde van de tussenperiodes van vorige ijstijden. Net zoals vandaag waren het altijd die bomen die het grootste bladoppervlak hadden. Het bladoppervlak van kastanjebomen kan wel vierentwintig hectaren per boom bedragen, dat van ahorns zestien! Bomen met een groot bladoppervlak hebben uiteraard meer behoefte aan bodems die rijk zijn aan mineralen om in hun enorme voedselbehoefte te voorzien.
 
De stukjes van de puzzel pasten precies. De bovenste grondlagen geraken gedemineraliseerd in de loop van een 10.000 jaar durende warme periode tussen twee ijstijden. Onder druk en verzwakt door te weinig mineralen in de bodem, kunnen bomen niet langer de overtollige CO2 uit de atmosfeer verwijderen, en dat veroorzaakt een opeenstapeling van wat we 'broeikasgassen' noemen.
 
 
 
In de middelste klimaatgordels condenseren die tropische wolken en slaan neer als regen, met meer overstromingen tot gevolg. In de hogere klimaatzones en de poolgebieden slaat het vocht neer als sneeuw en ijs, waarbij ze massa en gewicht toevoegen aan de poolkappen. Tussen haakjes, die wolkenmassa's kunnen nu via satellieten gezien worden boven Canada en Rusland, tijdens de augustusmaand; ze verhinderen het afrijpen van de graangewassen in die landen.
 
Hamaker was niet de enige die suggereerde dat er een of andere superenergiebron nodig zou zijn om de enorme massa vocht die de gletsjers opbouwt, naar de polen te transporteren. Nu zijn veel klimatologen het daarmee eens. Maar tot op het moment dat John iets begreep van de complementaire/antagonistische aard van de krachten die ijsvorming kenmerken, kon niemand uitdokteren waar zo'n grote hoeveelheid energie vandaan moest komen. John, die de kosmische Wet van de Polariteit begreep (die zegt dat aan de uitersten tegengestelde krachten elkaar scheppen), zag in dat het broeikaseffect van de tropen de ijstijd van de noordelijke streken betekent.
Toegenomen gewicht van de poolkappen veroorzaakt verschuivingen in de tectonische platen van de aarde, en dat leidt tot aardbevingen en vulkaanuitbarstingen die CO2 en zwavelzuur de atmosfeer injagen. Vulkaanuitbarstingen steken bosbranden aan, die nog meer bomen verwoesten en nog meer CO2 in de lucht brengen. Vrij snel bereikt de opwarmings-/afkoelingscyclus een onomkeerbare vaart.
 
Er zijn studies van de diepste ijslagen in Groenland en van pollentellingen in het noorden van Frankrijk die de opeenvolging van de bomenpopulaties aantonen tijdens de laatste ijstijdcyclus, in een periode van minder dan 100 jaar voorafgaand aan de wegkwijnende gezondheid van wouden. Uiteindelijk, zoals die studies aangeven, lokt het groeiende gewicht van de poollagen het begin van de ijstijd uit. Voor de wetenschappers die deze overgang naar de voorwaarden voor een ijstijd onderzoeken, betekent de huidige wereldwijde achteruitgang van wouden reeds het begin van die relatief korte cyclische verandering in de vegetatie.
 
 
 
Het woud is een vreemd organisme van onbeperkte vriendelijkheid en vrijgevigheid...
Het biedt bescherming aan alle wezens,
en geeft zelfs schaduw aan de houthakker die het omhakt.
--Gautama Boeddha
 
1 In Amerika bestaat rotsmeel vooral uit gletsjergesteenten, in Europa uit vulkanische gesteenten, bekend onder de namen 'oergesteentemeel' en 'lavabasaltmeel' (nvdr)
 
 
 
 
In 1982 publiceerde Hamaker een diepgaande synthese van inzicht en principes in zijn klassieker "The Survival of Civilization" (De overleving van de beschaving). Johns verreikend perspectief op de onderlinge verbondenheid van de planetaire ecologie, de gezondheid van de individuen en het ontstaan en verdwijnen van beschavingen, gepaard aan zijn heftig begaan zijn met mensen, maakt dit boek tot een levensechte, superspannende ecologische thriller. Alleen, voor dit verhaal zal het einde door onszelf, de lezers, geschreven worden.
 
In 't kort: die blauwdruk roept op om een moratorium te stellen aan het gebruik van fossiele brandstoffen (die, volgens Johns schatting, het begin van de volgende ijstijd met 500 jaar hebben versneld), een halt toe te roepen aan het kaalkappen van wouden, wereldwijd snelgroeiend hardhout aan te planten, en, erg belangrijk en vernieuwend, wereldwijd wouden, boerderijen, boomgaarden en tuinen te hermineraliseren met grind en rotsmeel, precies zoals de gletsjers dat doen.
 
Fijngemalen gesteentemeel toevoegen aan de bodem maakt biologische landbouw leefbaar, omdat het tot wel honderd spoorelementen en mineralen bevat die alle levensvormen nodig hebben, vooral microbodemorganismen, waarvan het protoplasma de basis is van alle levende wezens.
 
Bijna veertig jaar geleden ontdekte een grootgrondbezitter in Europa bij toeval het herstellende vermogen van rotsmeel, toen projectontwikkelaars naast zijn eigendom rotsen opbliezen waarbij er een regen van fijn stof over zijn reeds zieke bomen viel. Verschrikt stoof hij op de werklui af en beschuldigde hen ervan dat ze de laatste slag toedienden aan zijn bos. Maar wat konden ze doen? 't Was al gebeurd...
 
 
Dat was het begin van een grote en volgehouden inspanning om het Zwarte Woud en andere plaatsen in Europa te hermineraliseren. In Duitsland is hermineralisering ver ontwikkeld, met laboratoria die binnengebrachte tuingrondmonsters analyseren en dan zorgen voor een mengeling van de juiste metamorfe rotsmeeltypes om die bodem weer in een levendig evenwicht te brengen. Jawel, hermineralisering roept een halt toe aan het "Waldsterben" (de "wouddood") die het Zwarte Woud teistert, en het kan hetzelfde doen hier in Noord-Amerika, waar onze ahorns sterven door zure regen en verzuurde grond.
 
Hermineralisering schept inderdaad echt superbomen uit stervende bomen, dynamische tuingrond (samen met micro-organismen en regenwormen), en fruit- en notenbomen die zo gezond zijn dat ze geen ziekten of insecten aantrekken. Twee jaar na het werken met rotsmeel in onze tuin, zagen we dat de wortelrozetten van onze peentjes twee keer zo groot waren dan de voorbije jaren, hun oranje was een intens vol oranje, en hun zoetheid deed me denken aan de wortels van mijn kinderjaren, vijftig jaar geleden. De diepdoordringende voeding die ik gewaarwerd bij het eten van zo'n wortel was subtiel maar onmiskenbaar aanwezig.
 
Het werk van de gletsjers doen voelt als heilig, eerbewijzend werken voor de aarde, en dat willen we altijd, maar jammer genoeg zijn er al te veel miljoenen hectaren woud verloren gegaan, neergehaald of verkoold, en er staan er nog meer op het lijstje van de houthakkers.
 
 
De eerste zakenopdracht is om de mensen van dit land gezond te maken.
Dat betekent een schoonmaak van onze landbouw en het herstel van de gezondheid van de bodem.
--Daryl Kollman